maandag 23 januari 2012

drieëntwintig een twaalf

Proost!

Al iets van de voorspelde horrorwinter gemerkt? Het kan aan mij liggen natuurlijk (ik had andere dingen aan mijn hoofd de afgelopen weken), maar ik in ieder geval niet. Sommige zaken zijn nu eenmaal niet te voorspellen, en zo kon ik vanmorgen tot mijn grote vreugde constateren dat ook mijn voorspelling van gisterenavond niet uit is gekomen.

Omdat Fred een dag eerder naar huis mocht en er nog geen nieuwe prostaat met zijn drager voorhanden was, had ik vannacht een kamer voor mij alleen. Dat deed me extra beseffen hoezeer ik het de afgelopen week met mijn kamergenoot getroffen had. De maaltijden samen, de gesprekken over wetenschappelijke onderwerpen, maar ook over koetjes en kalfjes, de droge grappen, en uiteraard ook de uitwisseling van ervaringen over lichamelijke ongemakken. Zijn reserve om al te uitbundig zijn goede nieuws te vieren, omdat mijn nieuws pas een dag later kwam en misschien wel niet zo goed zou zijn. Het een dag later toch uitbundig kunnen meegenieten van elkaars goede nieuws.
Vandaag dus een ontbijt heel saai in mijn eentje. Tas inpakken, lang wachten tot de chirurg langs kwam voor zijn laatste visite, douchen, schone kleren aan, eindelijk weer zonder de sexy strümpfe, "hee schatje, fijn dat je er bent, straks lekker naar huis", afscheid nemen van de verpleging, nog een MRSA-test en rijden maar.

Alle vrachtwagens besloten vandaag net voor ons de weg op te draaien en 60 te rijden. Dan maar bij Rees de snelweg op: helaas, toerit afgesloten. Uiteindelijk toch Maashees weten te bereiken, precies op tijd om de speciaal meegekregen lange-afstandsluier droog te houden. Zelf hielden we het niet droog. Iedere kamer die ik binnen ging, elk ding dat ik zag, daar ging ik weer en Mieke deed lekker mee. Net post geopend met onder meer een envelop met tekeningen en knutselwerk van de kinderen van Mieke's stiefdochter Anouk. En daar ging weer een kleenex.

Heerlijk om weer thuis te zijn. Geen verplichtingen de komende tijd. Gewoon maar eens lekker op krachten komen, genieten van het feit dat we weer samen in ons huisje zijn en dat voorlopig nog kunnen zijn.