zaterdag 17 december 2011

zeventien twaalf elf


Treintje

"Jullie bidden toch wel hè?" vraagt Mieke's moeder bezorgd. "Op onze manier doen we wel zoiets," antwoordt Mieke. We zijn "het" vandaag maar gaan vertellen, hoewel we het haar eigenlijk best gunden om het, als bijna-94-jarige, gewoon niet te hoeven weten. Stiekemaan, en naar we vermoeden ook indruisend tegen haar voornemen om de man die haar dochter weggekaapt had uit het huwelijk niet te mogen, is ze me aardig gaan vinden. Het begon met tegen wil en dank lachen om een opmerking en bereikte een hoogtepunt toen ze een paar weken geleden opmerkte dat ze het toch wel getroffen had met haar schoonzoon.

Niks vertellen was gewoon geen optie. De tamtam zou het bericht eerder vroeger dan later doortrommelen. En als het via via haar zou bereiken, of als Mieke ineens een paar keer alleen zou komen, zou het besef dat we haar niets hadden verteld waarschijnlijk nog veel harder binnenkomen.

Ze verbaasde ons weer eens. Natuurlijk was ze geschokt, maar verder ook zeer betrokken en belangstellend om alles te horen. En hoewel ze niet meer in het rechtlijnige onderscheid van hemel en hel gelooft, wilde ze dus wel weten of we wel bidden. Maar op een andere manier invulling geven was ook goed. Mij heeft ze op het treintje gezet. Ze bidt iedere dag voor zieken uit haar omgeving. Sinds de vergeetachtigheid is toegeslagen kan ze niet meer iedere belanghebbende bij naam noemen in haar gebed. Dus heeft ze een treintje bedacht waar ze iedereen die ziek wordt in zet, en iedereen die beter is weer uitgooit (tja, zo noemde ze het zelf). Ik mag voorlopig meerijden. Hopelijk kan ze me er snel weer uit gooien.