dinsdag 20 december 2011

twintig twaalf elf

 "Ik wist niet of ik het wel mocht vragen"

Ik merk dat de vanzelfsprekendheid waarmee ik praat over alle mogelijke scenario's de mensen verrast en daarnaast ook een vorm van opluchting geeft. Hoewel kanker vandaag de dag echt niet het einde hoeft te betekenen is de eerste associatie toch "kanker is dood gaan". En dat durven mensen vervolgens niet hardop uit te spreken. Dat is geen verwijt, want tot vorige week zou ik er ook niet uit mezelf over beginnen. Nu heb ik een weinig benijdenswaardige alibi om dat wel te doen en blijk ik erover te praten alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Vandaag naar ons belangrijkste seminar geweest, in Eindhoven. Als iedereen binnen zit heb je als organisator niet zo veel meer te doen. Dus kwam ik er ook met Nadjier over aan de praat. Hij is onze administrateur en was meegekomen als backup, aangezien ik niet vooraf kon garanderen dát ik kwam en als ik kwam, dat ik dan de hele dag zou blijven. Hij was blij met het open gesprek. "Ik wist niet of ik er wel iets over mocht vragen," biechtte hij eerlijk op.

Ik heb het tot het eind toe volgehouden. Wel wat surrealistisch, tussen al die mensen die van niks weten te verkeren, en dan de gesprekken over koetjes en kalfjes aan de gang te houden tijdens koffie en lunch, en de haha-echt-weer-iets-voor-Frans-opmerkingen plaatsen.

Vanavond gaat Mieke de nachtdienst in. Alleen slapen dus en ik heb het de laatste nachten steeds al zo koud omdanks het superdikke dekbed. Misschien trek ik die pyjama maar vast aan. En als ik niet in slaap kom, ga ik de nieuwe buren maar eens tellen. (Okee, ik weet wel dat het er 10 zijn, maar toch.)