zondag 18 december 2011

achttien twaalf elf


Wachten, gedachten

Zo maar even een spontaan stukje poëzie om mee te openen. De toestand in mijn lijf is weinig anders dan op, laten we zeggen, maandagavond. Maar tussen de oren is het de hele dag spitsuur. Het percentage mannen dat prostaatkanker overleeft is behoorlijk hoog. De botscan zag er voor een leek best schoon uit. Genoeg redenen om het gesprek donderdag positief tegemoet te zien.
Maarja... 55 is wel jong, dus een gewoon geval ben ik niet. (Nu niet allemaal dit luidkeels gaan beamen graag.) En neemt de druk die ik in mijn liesstreek voel nou echt toe of heeft dat met dat spitsuur tussen de oren te maken?

Mijn gedachten dwalen hoe dan ook langs het hele spectrum van mogelijkheden. Van "chemootje, klaar!" via "prostaat eruit en van alles erna" tot "niks meer aan te doen." Misschien gek, maar vooral dat via-stukje houdt me bezig. Hoewel daar het minst concreet invulling aan gegeven kan worden. "Niks meer aan te doen", dat bespreken we zo af en toe samen. Beetje jong ja, dat wel. Voordat het zo dichtbij kwam leek het me niet zo'n big deal. 90 worden leek me sowieso een beperkt genoegen. Wat dan? 80? 70? Waarom dan geen 55? En eigenlijk vind ik dat nog steeds. Maar shit ... ik zit met Mieke al zo'n 5 jaar in een geweldig leven, in een niet voor mogelijk gehouden roes van liefde en geluk. Je moet stoppen op je hoogtepunt, heet het, maar ik wil het best nog een tijdje vasthouden.

Intussen is het wel wennen. Ik voel me niet ziek, maar toch krijg ik een kaartje, een hartje op facebook, mensen bellen. Middelpunt tegen wil en dank. En sommige dingen zijn gewoon geweldig. Bij schoonma (die allang geen trouwma meer is) in het treintje. Hoe meer ik het me realiseer, hoe liever ik dat treintje vind. Ik zou er bijna speciaal voor ...  nou, nee, hoe lief ook, laat de rit maar niet te lang duren.